Het doel, en de weg er naartoe
Soms zijn er van die momenten waar je door moet. Op die momenten wil je eigenlijk stoppen, omdat je het helemaal niet ziet zitten. Het lukt gewoon niet, je schiet totaal niet op, het doet hardstikke veel pijn, zowel letterlijk als figuurlijk, en er is voorlopig geen zicht op dat je eruit komt. Afgelopen week had ik zo'n moment.
'Het' moment kwam vorige week vrijdag, in de loop van de dag. 'Het' moment kwam na een operatie van mijn gebit, een dag eerder. Het gebit van mij is sinds een ongelukje niet helemaal meer wat het zou moeten zijn. Of zeg maar gerust: een stuk schroot. Twee voortanden moesten eraan geloven toen ik op 8 jarige leeftijd de remmen van een mountainbike iets te hard indrukte. De tandarts gaf daarop de nuchtere reactie: ze kunnen nog wel terug, maar ze zijn dood. Rond je 18e moeten ze eruit, en vervangen worden door implantaten of een plaatje.
Met zo'n melding moet je het doen. Niet dat ik op dat moment aandacht voor die melding had, ik had wel meer aan mijn hoofd. Hoe ik van die schaafwonden afkom bijvoorbeeld, aangezien ik keurig recht over de straat was gegaan: voorhoofd, neus, kin en dus mijn voortanden waren niet meer in originele staat.
Gelukkig ging alles relatief snel over, zodat ik al snel zonder wonden over straat kon. Alleen die tanden, die werden steeds donkerder. Als stil bewijs dat ze toch echt niet helemaal goed waren. En in februari 2007 kwam toch echt de melding: een tand rot van binnenuit, als je niet oppast breekt hij af. Hij moet vervangen worden door een implantaat. Op zo'n moment kijk je nog vrolijk: je levert een verkleurde, bruine tand in, en krijgt een stralend witte terug.
Helaas vergaat het lachen vanzelf. Eerst volgde de tandentrekkerij, waarbij het ontstaande gat werd vervangen voor een kunsttand, met een plaatje voor tegen je gehemelte. Een soort vermikt kunstgebit met één tand. Vervolgens kwam de melding dat de andere tand er 'voor het mooi' er ook uitmoet. Geen probleem, we zijn toch bezig.
Als alle tanden getrokken zijn, moeten je implantaten erin. Dat gaat in drie stappen. Allereerst wordt er een stukje op je bot gemaakt, en dat moet 6 maanden zitten. Zeg maar een soort fundering. Vervolgens krijg je deel twee, dat is een ijzeren stukje dat uit je tandvlees komt, waar de kunsttand op gemaakt wordt. Het laatste stukje is de kunsttand zelf, en dan moet het klaar zijn.
Zover ben ik echter nog niet. Ik heb pas net de fundering gehad, en mag nu 6 maanden wachten. Op de vraag of ik nog lang na de operatie er last van zou hebben, meldde de kaakchirurg: "Vrijdag zal je het nog wel voelen, maar vanaf zaterdag wordt het minder." Dat klinkt heel aardig, maar 'voelen' is een rekbaar begrip, en 'minder' is daardoor al net zo rekbaar. Maar toch, vrijdag vrij genomen, zodat ik minstens drie volle dagen kon herstellen. Veel langer kan het herstellen van een uurtje opereren toch niet duren.
Je begint de nattigheid te voelen als de chirug in plaats van één, twee uur met je bezig is. Ergens weet je dan: het herstel gaat langer duren als je eerst had gedacht, en de chirurg had gezegd. Zeker als ze 15 keer moeten spuiten om alles lang en goed genoeg verdoofd te krijgen. Maar toch, die beste man zal het vaker gedaan hebben, dus maandag was ik wel weer min of meer hersteld. Als je dan het ziekenhuis uitloopt, snap je opeens niet meer waarom mensen verlangen naar het weekend. Was het maar weer maandag, dan was tenminste al die pijn weg.
"Vrijdag zal je het nog wel voelen." Inderdaad, ik voelde inderdaad wat. Ik wist ook meteen dat 'voelen' een heel rekbaar begrip was. En juist op dat moment kreeg ik 'het'. Het gevoel dat ik het wel goed vond, dat ik wel wilde stoppen met dit proces, dat ik ook wel met een kunstgebit wilde lopen. Maar dat gevoel helpt op dat moment niet veel, want op zo'n moment weet je dat die wang van ongekende omvang daar niet weg van gaat, en dat dikke lippen ook niet weggaan als je alles direct laat weghalen. Je moet dus doorzetten, maar dat is niet gemakkelijk. Zeker niet als je niet weet hoe je moet liggen, omdat op de ene zij die wang geplet wordt, op de andere zij die wang hopeloos hard op de wond drukt (inc. hechtingen), en op je rug liggen ervoor zorgt dat alles naar achteren wordt getrokken. Resultaat is dat je de wang onder legt, waarbij een kussen bij je voorhoofd ervoor zorgt dat je niet op je wang legt, maar dat je wang ook niet bungelt. Ondertussen koel je lekker door, want "dat helpt tegen de zwelling." Alsof hij nog dikker kon worden.
Zaterdag werd het inderdaad minder. Ik kon stukjes brood ter grootte van twee (in plaats van één) dobbelsteentjes eten (melkproducten mag ik niet), en de wang werd zowaar minder dik, maar wel blauw. Nog steeds heb je de gedachte dat je maandag gewoon weer aan de gang gaat, maar ondertussen beginnen de scheuren wel in die theorie te komen. Want met een dikke wang, terwijl je amper kan praten, is het niet heel geweldig werken.
Maandagochtend. Met nog steeds een dikke wang mail je de baas. Praten werkt toch niet, door het geslis verstaat hij je toch niet. Bij vragen mag hij mailen. Gelukkig werd de wang wel minder, de oude vorm begon voorzichtig weer herkenbaar te worden. De lat wordt op woensdag gelegd. Je begint je ondertussen af te vragen waarvoor je het doet. Een plaatje was goedkoper, en minder gecompliceerd geweest. In ieder geval hoefde niet heel mijn tandvlees open. Met het qua uiterlijk nu echt zo'n verschil?
Maar nu zit alles er toch in, je gaat door. En dan komt het doel weer voor je ogen. Stralend witte tanden, die alles en iedereen doen verbleken als een soort Prodent-reclame. Dat jij de mooiste bent, na 10 jaar verkleurde en dode tanden. Dat je weer appels kan eten zonder rekening te moeten houden dat je tanden in de appel blijven haken. Dat je gebit weer in een rechte lijn staat, in plaats van een soort hazengebit. En daarvoor doe je het. Alleen daar denk je op zo'n bewuste vrijdag dan weer niet aan.
'Het' moment kwam vorige week vrijdag, in de loop van de dag. 'Het' moment kwam na een operatie van mijn gebit, een dag eerder. Het gebit van mij is sinds een ongelukje niet helemaal meer wat het zou moeten zijn. Of zeg maar gerust: een stuk schroot. Twee voortanden moesten eraan geloven toen ik op 8 jarige leeftijd de remmen van een mountainbike iets te hard indrukte. De tandarts gaf daarop de nuchtere reactie: ze kunnen nog wel terug, maar ze zijn dood. Rond je 18e moeten ze eruit, en vervangen worden door implantaten of een plaatje.
Met zo'n melding moet je het doen. Niet dat ik op dat moment aandacht voor die melding had, ik had wel meer aan mijn hoofd. Hoe ik van die schaafwonden afkom bijvoorbeeld, aangezien ik keurig recht over de straat was gegaan: voorhoofd, neus, kin en dus mijn voortanden waren niet meer in originele staat.
Gelukkig ging alles relatief snel over, zodat ik al snel zonder wonden over straat kon. Alleen die tanden, die werden steeds donkerder. Als stil bewijs dat ze toch echt niet helemaal goed waren. En in februari 2007 kwam toch echt de melding: een tand rot van binnenuit, als je niet oppast breekt hij af. Hij moet vervangen worden door een implantaat. Op zo'n moment kijk je nog vrolijk: je levert een verkleurde, bruine tand in, en krijgt een stralend witte terug.
Helaas vergaat het lachen vanzelf. Eerst volgde de tandentrekkerij, waarbij het ontstaande gat werd vervangen voor een kunsttand, met een plaatje voor tegen je gehemelte. Een soort vermikt kunstgebit met één tand. Vervolgens kwam de melding dat de andere tand er 'voor het mooi' er ook uitmoet. Geen probleem, we zijn toch bezig.
Als alle tanden getrokken zijn, moeten je implantaten erin. Dat gaat in drie stappen. Allereerst wordt er een stukje op je bot gemaakt, en dat moet 6 maanden zitten. Zeg maar een soort fundering. Vervolgens krijg je deel twee, dat is een ijzeren stukje dat uit je tandvlees komt, waar de kunsttand op gemaakt wordt. Het laatste stukje is de kunsttand zelf, en dan moet het klaar zijn.
Zover ben ik echter nog niet. Ik heb pas net de fundering gehad, en mag nu 6 maanden wachten. Op de vraag of ik nog lang na de operatie er last van zou hebben, meldde de kaakchirurg: "Vrijdag zal je het nog wel voelen, maar vanaf zaterdag wordt het minder." Dat klinkt heel aardig, maar 'voelen' is een rekbaar begrip, en 'minder' is daardoor al net zo rekbaar. Maar toch, vrijdag vrij genomen, zodat ik minstens drie volle dagen kon herstellen. Veel langer kan het herstellen van een uurtje opereren toch niet duren.
Je begint de nattigheid te voelen als de chirug in plaats van één, twee uur met je bezig is. Ergens weet je dan: het herstel gaat langer duren als je eerst had gedacht, en de chirurg had gezegd. Zeker als ze 15 keer moeten spuiten om alles lang en goed genoeg verdoofd te krijgen. Maar toch, die beste man zal het vaker gedaan hebben, dus maandag was ik wel weer min of meer hersteld. Als je dan het ziekenhuis uitloopt, snap je opeens niet meer waarom mensen verlangen naar het weekend. Was het maar weer maandag, dan was tenminste al die pijn weg.
"Vrijdag zal je het nog wel voelen." Inderdaad, ik voelde inderdaad wat. Ik wist ook meteen dat 'voelen' een heel rekbaar begrip was. En juist op dat moment kreeg ik 'het'. Het gevoel dat ik het wel goed vond, dat ik wel wilde stoppen met dit proces, dat ik ook wel met een kunstgebit wilde lopen. Maar dat gevoel helpt op dat moment niet veel, want op zo'n moment weet je dat die wang van ongekende omvang daar niet weg van gaat, en dat dikke lippen ook niet weggaan als je alles direct laat weghalen. Je moet dus doorzetten, maar dat is niet gemakkelijk. Zeker niet als je niet weet hoe je moet liggen, omdat op de ene zij die wang geplet wordt, op de andere zij die wang hopeloos hard op de wond drukt (inc. hechtingen), en op je rug liggen ervoor zorgt dat alles naar achteren wordt getrokken. Resultaat is dat je de wang onder legt, waarbij een kussen bij je voorhoofd ervoor zorgt dat je niet op je wang legt, maar dat je wang ook niet bungelt. Ondertussen koel je lekker door, want "dat helpt tegen de zwelling." Alsof hij nog dikker kon worden.
Zaterdag werd het inderdaad minder. Ik kon stukjes brood ter grootte van twee (in plaats van één) dobbelsteentjes eten (melkproducten mag ik niet), en de wang werd zowaar minder dik, maar wel blauw. Nog steeds heb je de gedachte dat je maandag gewoon weer aan de gang gaat, maar ondertussen beginnen de scheuren wel in die theorie te komen. Want met een dikke wang, terwijl je amper kan praten, is het niet heel geweldig werken.
Maandagochtend. Met nog steeds een dikke wang mail je de baas. Praten werkt toch niet, door het geslis verstaat hij je toch niet. Bij vragen mag hij mailen. Gelukkig werd de wang wel minder, de oude vorm begon voorzichtig weer herkenbaar te worden. De lat wordt op woensdag gelegd. Je begint je ondertussen af te vragen waarvoor je het doet. Een plaatje was goedkoper, en minder gecompliceerd geweest. In ieder geval hoefde niet heel mijn tandvlees open. Met het qua uiterlijk nu echt zo'n verschil?
Maar nu zit alles er toch in, je gaat door. En dan komt het doel weer voor je ogen. Stralend witte tanden, die alles en iedereen doen verbleken als een soort Prodent-reclame. Dat jij de mooiste bent, na 10 jaar verkleurde en dode tanden. Dat je weer appels kan eten zonder rekening te moeten houden dat je tanden in de appel blijven haken. Dat je gebit weer in een rechte lijn staat, in plaats van een soort hazengebit. En daarvoor doe je het. Alleen daar denk je op zo'n bewuste vrijdag dan weer niet aan.
|
|
I'm driving home for christmas... |
|
|
Identiteit is niet waar je vandaan komt |
Reacties
Bekend verhaal.
Erg vergelijkend met mijn operatie afgelopen vrijdag. Alleen mijn wang werd niet blauw, en zwelde niet erg zichtbaar op. Alleen het blijven die kut hechtingen he
...
Ik verlang dus naar volgende week woensdag
...
Erg vergelijkend met mijn operatie afgelopen vrijdag. Alleen mijn wang werd niet blauw, en zwelde niet erg zichtbaar op. Alleen het blijven die kut hechtingen he
Ik verlang dus naar volgende week woensdag
Ah, daar heb ik zelfs nog gereageerd.
Maar je hebt zeker geluk dat je geen zwellingen hebt, dat was nog het vervelendst. 